In je ogen lees ik: Jij Bent bent zo vaak bedrogen,
En door andere voorgelogen.
Als ik je zie rijden, lopen of zie staan,
Dan voel ik de tranen langs mijn wangen gaan.
Je bent zo’n prachtige meid,
En zelfs als klein kind al door je ouders misleid.
Nu we samen zijn, moet je aan mijn liefde heel erg wennen,
Dit heb je nog niet eerder gevoeld, hoor ik je zachtjes bekennen.
Ik kijk dwars door je heen maar andere zien jouw schild,
Ik voelt voor jou zo vertrouwd dat de angst je zegt dat je het niet wilt.
De gedachte dat de wereld de echt JIJ dan zou kunnen zien,
Zorgt dat je mijn hand afwimpelt met het antwoord -misschien-
Ipv. Veilig in mijn armen te schuilen, Schreeuw je tegen mij en kan ik alleen maar huilen.
Nu kijk ik vanaf de straat af en toe nog wel eens naar boven,
En zie ik die prachtige maar o zo lege ogen.

